Deuteronomium 11:4

Statenvertaling · Zegen en vloek voorgehouden

4En wat Hij gedaan heeft aan het heir der Egyptenaren, aan deszelfs paarden en aan deszelfs wagenen; dat Hij de wateren van de Schelfzee boven hun aangezicht deed overzwemmen, als zij ulieden van achteren vervolgden; en de HEERE verdeed hen, tot op dezen dag.

Lees heel Deuteronomium 11 →

Bijbelse onderwerpen bij dit hoofdstuk

Lees Deuteronomium 11:4 in de interactieve Bijbel →