Deuteronomium 11:29-30

Statenvertaling · Zegen en vloek voorgehouden

29En het zal geschieden, als u de HEERE, uw God, zal hebben ingebracht in het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven; dan zult gij den zegen uitspreken op den berg Gerizim, en den vloek op den berg Ebal.

30Zijn zij niet aan gene zijde van de Jordaan, achter den weg van den ondergang der zon, in het land der Kanaanieten, die in het vlakke veld wonen, tegenover Gilgal, bij de eikenbossen van More?

Lees heel Deuteronomium 11 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Deuteronomium 11:29-30 in de interactieve Bijbel →