Deuteronomium 11:26-29

Statenvertaling · Zegen en vloek voorgehouden

26Ziet, ik stel ulieden heden voor, zegen en vloek:

27Den zegen, wanneer gij horen zult naar de geboden des HEEREN, uws Gods, die ik u heden gebiede;

28Maar den vloek, zo gij niet horen zult naar de geboden des HEEREN, uws Gods, en afwijkt van den weg, dien ik u heden gebiede, om andere goden na te wandelen, die gij niet gekend hebt.

29En het zal geschieden, als u de HEERE, uw God, zal hebben ingebracht in het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven; dan zult gij den zegen uitspreken op den berg Gerizim, en den vloek op den berg Ebal.

Lees heel Deuteronomium 11 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Deuteronomium 11:26-29 in de interactieve Bijbel →