Statenvertaling · Daniël in de leeuwenkuil
8Nu, o koning! gij zult een gebod bevestigen, en een schrift tekenen, dat niet veranderd worde, naar de wet der Meden en der Perzen, die niet mag wederroepen worden.
9Daarom tekende de koning Darius dat schrift en gebod.
10Toen nu Daniel verstond, dat dit schrift getekend was, ging hij in zijn huis, en hij knielde drie tijden 's daags op zijn knieen, en hij bad, en deed belijdenis voor zijn God, ganselijk gelijk hij voor dezen gedaan had.
11Toen kwamen die mannen met hopen, en zij vonden Daniel biddende en smekende voor zijn God.