Daniël 4:27-31

Statenvertaling · De boodschap van Nebukadnessar: zijn waanzin

27Daarom, o koning! laat mijn raad u behagen, en breek uw zonden af door gerechtigheid, en uw ongerechtigheid door genade te bewijzen aan de ellendigen, of er verlenging van uw vrede mocht wezen.

28Dit alles overkwam den koning Nebukadnezar.

29Want op het einde van twaalf maanden, toen hij op het koninklijk paleis van Babel wandelde,

30Sprak de koning, en zeide: Is dit niet het grote Babel, dat ik gebouwd heb tot een huis des koninkrijks, door de sterkte mijner macht, en ter ere mijner heerlijkheid!

31Dit woord nog zijnde in des konings mond, viel er een stem uit den hemel: U, o koning Nebukadnezar! wordt gezegd: Het koninkrijk is van u gegaan.

Lees heel Daniël 4 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Daniël 4:27-31 in de interactieve Bijbel →