2 Samuel 3:30-33

Statenvertaling · Zonen van David

30Alzo hebben Joab en zijn broeder Abisai Abner doodgeslagen, omdat hij hun broeder Asahel te Gibeon in den strijd gedood had.

31David dan zeide tot Joab en tot al het volk, dat bij hem was: Scheurt uw klederen, en gordt zakken aan, en weeklaagt voor Abner henen; en de koning David ging achter de baar.

32Als zij nu Abner te Hebron begroeven, zo hief de koning zijn stem op, en weende bij Abners graf; ook weende al het volk.

33En de koning maakte een klage over Abner, en zeide: Is dan Abner gestorven, als een dwaas sterft?

Lees heel 2 Samuel 3 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees 2 Samuel 3:30-33 in de interactieve Bijbel →