Statenvertaling · Davids danklied
25Zo gaf mij de HEERE weder naar mijn gerechtigheid, naar mijn reinigheid, voor Zijn ogen.
26Bij den goedertierene houdt Gij U goedertieren; bij den oprechten held houdt Gij U oprecht.
27Bij den reine houdt Gij U rein; maar bij den verkeerde houdt Gij U verdraaid.