2 Samuel 18:31-32

Statenvertaling · Absaloms nederlaag en dood

31En ziet, Cuschi kwam aan; en Cuschi zeide: Mijn heer den koning wordt geboodschapt, dat u de HEERE heden heeft recht gedaan van de hand van al degenen, die tegen u opstonden.

32Toen zeide de koning tot Cuschi: Is het wel met den jongeling, met Absalom? En Cuschi zeide: De vijanden van mijn heer den koning, en allen, die tegen u ten kwade opstaan, moeten worden als die jongeling.

Lees heel 2 Samuel 18 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees 2 Samuel 18:31-32 in de interactieve Bijbel →