2 Samuel 14:7-10

Statenvertaling · Terugkeer van Absalom

7En zie, het ganse geslacht is opgestaan tegen uw dienstmaagd, en hebben gezegd: Geef dien hier, die zijn broeder geslagen heeft, dat wij hem voor de ziel zijns broeders, dien hij doodgeslagen heeft, doden, en ook den erfgenaam verdelgen; alzo zullen zij mijn kool, die overgebleven is, uitblussen, opdat zij mijn man geen naam noch overblijfsel laten op den aardbodem.

8Toen zeide de koning tot deze vrouw: Ga naar uw huis, en ik zal voor u gebieden.

9En de Thekoietische vrouw zeide tot den koning: Mijn heer koning, de ongerechtigheid zij op mij en op mijns vaders huis; de koning daarentegen, en zijn stoel, zij onschuldig.

10En de koning zeide: Spreekt iemand tegen u, zo breng hem tot mij; en hij zal u voortaan niet meer aantasten.

Lees heel 2 Samuel 14 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees 2 Samuel 14:7-10 in de interactieve Bijbel →