2 Samuel 13:28-29

Statenvertaling · Amnon en Tamar

28Absalom nu gebood zijn jongens, zeggende: Let er nu op, als Amnons hart vrolijk is van den wijn, en ik tot ulieden zal zeggen: Slaat Amnon, dan zult gij hem doden; vreest niet; is het niet, omdat ik het u geboden heb? Zijt sterk en weest dapper.

29En Absaloms jongens deden aan Amnon, gelijk als Absalom geboden had. Toen stonden alle zonen des konings op, en reden een iegelijk op zijn muildier, en vloden.

Lees heel 2 Samuel 13 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees 2 Samuel 13:28-29 in de interactieve Bijbel →