2 Samuel 10:2-3

Statenvertaling · Davids oorlog tegen Ammonieten en Arameeërs

2Toen zeide David: Ik zal weldadigheid doen aan Hanun, den zoon van Nahas, gelijk als zijn vader weldadigheid aan mij gedaan heeft. Zo zond David heen, om hem door den dienst zijner knechten te troosten over zijn vader. En de knechten van David kwamen in het land van de kinderen Ammons.

3Toen zeiden de vorsten der kinderen Ammons tot hun heer Hanun: Eert David uw vader in uw ogen, omdat hij troosters tot u gezonden heeft? Heeft David zijn knechten niet daarom tot u gezonden, dat hij deze stad doorzoeke, en die verspiede, en die omkere?

Lees heel 2 Samuel 10 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees 2 Samuel 10:2-3 in de interactieve Bijbel →