2 Samuel 1:13-17

Statenvertaling · David ontvangt de tijding van Sauls dood

13Voorts zeide David tot den jongen, die hem de boodschap gebracht had: Van waar zijt gij? En hij zeide: Ik ben de zoon van een vreemden man, van een Amalekiet.

14En David zeide tot hem: Hoe, hebt gij niet gevreesd uw hand uit te strekken, om den gezalfde des HEEREN te verderven.

15En David riep een van de jongens, en zeide: Treed toe, val op hem aan. En hij sloeg hem, dat hij stierf.

16En David zeide tot hem: Uw bloed zij op uw hoofd; want uw mond heeft tegen u getuigd, zeggende: ik heb den gezalfde des HEEREN gedood.

17David nu klaagde deze klage over Saul en over Jonathan, zijn zoon;

Lees heel 2 Samuel 1 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees 2 Samuel 1:13-17 in de interactieve Bijbel →