2 Kronieken 7:13-17

Statenvertaling · De tweede verschijning des Heren aan Salomo

13Zo Ik den hemel toesluite, dat er geen regen zij, of zo Ik den sprinkhaan gebiede, het land te verteren, of zo Ik pest onder Mijn volk zende;

14En Mijn volk, over dewelken Mijn Naam genoemd wordt, zich verootmoedigt en bidt, en zij Mijn aangezicht zoeken, en zich bekeren van hun boze wegen; zo zal Ik uit den hemel horen, en hun zonden vergeven, en hun land genezen.

15Nu zullen Mijn ogen open zijn, en Mijn oren opmerkende op het gebed dezer plaats.

16Want Ik heb nu dit huis verkoren en geheiligd, opdat Mijn Naam daar zij tot in eeuwigheid en Mijn ogen en Mijn hart zullen daar te allen dage zijn.

17En u aangaande, zo gij voor Mijn aangezicht wandelen zult, gelijk als uw vader David gewandeld heeft, en doen naar alles, wat Ik u geboden heb, en Mijn inzettingen en Mijn rechten houden zult;

Lees heel 2 Kronieken 7 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees 2 Kronieken 7:13-17 in de interactieve Bijbel →