Statenvertaling · Salomo’s gebed bij de inwijding
34Wanneer Uw volk in den krijg tegen zijn vijanden uittrekken zal door den weg, dien Gij hen heenzenden zult, en zullen tot U bidden naar den weg dezer stad, die Gij verkoren hebt, en naar dit huis, hetwelk ik Uw Naam gebouwd heb;
35Hoor dan uit den hemel hun gebed en hun smeking, en voer hun recht uit.