2 Kronieken 6:30-31

Statenvertaling · Salomo’s gebed bij de inwijding

30Hoor Gij dan uit den hemel, de vaste plaats Uwer woning, en vergeef, en geef een iegelijk naar al zijn wegen, gelijk Gij zijn hart kent; want Gij alleen kent het hart van de kinderen der mensen.

31Opdat zij U vrezen, om te wandelen in Uw wegen, al de dagen, die zij leven zullen op het land, dat Gij onzen vaderen gegeven hebt.

Lees heel 2 Kronieken 6 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees 2 Kronieken 6:30-31 in de interactieve Bijbel →