Statenvertaling · Hizkia’s viering van het Paasfeest
2Want de koning had raad gehouden met zijn oversten en de ganse gemeente te Jeruzalem, om het pascha te houden, in de tweede maand.
3Want zij hadden het niet kunnen houden te dierzelfder tijd, omdat de priesteren zich niet genoeg geheiligd hadden, en het volk zich niet verzameld had te Jeruzalem.
4En deze zaak was recht in de ogen des konings, en in de ogen der ganse gemeente.