Statenvertaling · Regering en macht van Josafat
1En zijn zoon Josafat werd koning in zijn plaats, en hij sterkte zich tegen Israel.
2En hij legde krijgsvolk in alle vaste steden van Juda, en legde bezettingen in het land van Juda, en in de steden van Efraim, die zijn vader Asa ingenomen had.
3En de HEERE was met Josafat; want hij wandelde in de vorige wegen zijns vaders Davids, en zocht de Baals niet.