Statenvertaling · Paulus in zijn dienstwerk
11Onze mond is opengedaan tegen u, o Korinthiers, ons hart is uitgebreid.
12Gij zijt niet nauw in ons, maar gij zijt nauw in uw ingewanden.
13Nu, om dezelfde vergelding te doen,, ik spreek als tot mijn kinderen) zo wordt gij ook uitgebreid.