Statenvertaling · Jehu wordt koning van Israël
4Zo ging de jongeling, die jongeling van den profeet, naar Ramoth in Gilead.
5En toen hij inkwam, ziet, daar zaten de hoofdmannen van het heir, en hij zeide: Ik heb een woord aan u, o hoofdman! En Jehu zeide: Tot wien van ons allen? En hij zeide: Tot u, o hoofdman!