2 Koningen 8:11-13

Statenvertaling · De koning helpt de Sunamitische

11En hij hield zijn gezicht staande, en zette het vast tot schamens toe; en de man Gods weende.

12Toen zeide Hazael: Waarom weent mijn heer? En hij zeide: omdat ik weet, wat kwaad gij den kinderen Israels doen zult; gij zult hun sterkten in het vuur zetten, en hun jonge manschap met het zwaard doden, en hun jonge kinderen verpletteren, en hun zwangere vrouwen opensnijden.

13En Hazael zeide: Maar wat is uw knecht, die een hond is, dat hij deze grote zaak doen zou? En Elisa zeide: De HEERE heeft mij getoond, dat gij koning zijn zult over Syrie.

Lees heel 2 Koningen 8 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees 2 Koningen 8:11-13 in de interactieve Bijbel →