Statenvertaling · De olie der weduwe
15Daarom had hij gezegd: Roep haar. En als hij ze geroepen had, stond zij in de deur.)
16En hij zeide: Op dezen gezetten tijd, omtrent dezen tijd des levens zult gij een zoon omhelzen. En zij zeide: Neen, mijn heer, gij, man Gods, lieg tegen uw dienstmaagd niet.