2 Koningen 3:25-26

Statenvertaling · Jorams veldtocht tegen Moab

25De steden nu braken zij af, en een iegelijk wierp zijn steen op alle goede stukken lands, en zij vulden ze, en stopten alle waterfonteinen, en velden alle goede bomen, totdat zij in Kir-hareseth alleen de stenen daarvan lieten overblijven; en de slingeraars omsingelden en sloegen hen.

26Doch als de koning der Moabieten zag, dat hem de strijd te sterk was, nam hij tot zich zevenhonderd mannen, die het zwaard uittogen, om door te breken tegen den koning van Edom; maar zij konden niet.

Lees heel 2 Koningen 3 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees 2 Koningen 3:25-26 in de interactieve Bijbel →