2 Koningen 25:2-5

Statenvertaling · De begenadiging van Jojakin

2Zo kwam de stad in belegering, tot in het elfde jaar van den koning Zedekia.

3Op den negenden der vierde maand, als de honger in de stad sterk werd, en het volk des lands geen brood had,

4Toen werd de stad doorgebroken, en al de krijgslieden vloden des nachts door den weg der poort, tussen de twee muren, die aan des konings hof waren (de Chaldeen nu waren tegen de stad rondom), en de koning trok door den weg des vlakken velds.

5Doch het heir der Chaldeen jaagde den koning na, en zij achterhaalden hem in de vlakke velden van Jericho, en zal zijn heir werd van bij hem verstrooid.

Lees heel 2 Koningen 25 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees 2 Koningen 25:2-5 in de interactieve Bijbel →