1 Timotheüs 6:5-10

Statenvertaling · Het gevaar van de rijkdom

5Verkeerde krakelingen van mensen, die een verdorven verstand hebben, en van de waarheid beroofd zijn, menende, dat de godzaligheid een gewin zij. Wijk af van dezulken.

6Doch de godzaligheid is een groot gewin met vergenoeging.

7Want wij hebben niets in de wereld gebracht, het is openbaar, dat wij ook niet kunnen iets daaruit dragen.

8Maar als wij voedsel en deksel hebben, wij zullen daarmede vergenoegd zijn.

9Doch die rijk willen worden, vallen in verzoeking, en in den strik, en in vele dwaze en schadelijke begeerlijkheden, welke de mensen doen verzinken in verderf en ondergang.

10Want de geldgierigheid is een wortel van alle kwaad, tot welke sommigen lust hebbende zijn afgedwaald van het geloof, en hebben zichzelven met vele smarten doorstoken.

Lees heel 1 Timotheüs 6 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees 1 Timotheüs 6:5-10 in de interactieve Bijbel →