Statenvertaling · Waakzaamheid
15Ziet, dat niemand kwaad voor kwaad iemand vergelde; maar jaagt allen tijd het goede na, zo jegens elkander als jegens allen.
16Verblijdt u te allen tijd.
17Bidt zonder ophouden.
18Dankt God in alles; want dit is de wil van God in Christus Jezus over u.
19Blust den Geest niet uit.
20Veracht de profetieen niet.
21Beproeft alle dingen; behoudt het goede.
22Onthoudt u van allen schijn des kwaads.
23En de God des vredes Zelf heilige u geheel en al; en uw geheel oprechte geest, en ziel, en lichaam worde onberispelijk bewaard in de toekomst van onzen Heere Jezus Christus.
Lees heel 1 Tessalonicenzen 5 →