Statenvertaling · Waakzaamheid
12En wij bidden u, broeders, erkent degenen, die onder u arbeiden, en uw voorstanders zijn in den Heere, en u vermanen;
13En acht hen zeer veel in liefde, om huns werks wil. Zijt vreedzaam onder elkander.
14En wij bidden u, broeders, vermaant de ongeregelden, vertroost de kleinmoedigen, ondersteunt de zwakken, zijt lankmoedig jegens allen.
15Ziet, dat niemand kwaad voor kwaad iemand vergelde; maar jaagt allen tijd het goede na, zo jegens elkander als jegens allen.
16Verblijdt u te allen tijd.
17Bidt zonder ophouden.
18Dankt God in alles; want dit is de wil van God in Christus Jezus over u.
19Blust den Geest niet uit.
20Veracht de profetieen niet.
21Beproeft alle dingen; behoudt het goede.
22Onthoudt u van allen schijn des kwaads.
Lees heel 1 Tessalonicenzen 5 →