1 Tessalonicenzen 1:2-8

Statenvertaling · Schrijver – Lezers – Groet

2Wij danken God altijd over u allen, uwer gedachtig zijnde in onze gebeden;

3Zonder ophouden gedenkende het werk uws geloofs, en den arbeid der liefde, en de verdraagzaamheid der hoop op onzen Heere Jezus Christus, voor onzen God en Vader;

4Wetende, geliefde broeders, uw verkiezing van God;

5Want ons Evangelie is onder u niet alleen in woorden geweest, maar ook in kracht, en in den Heiligen Geest, en in vele verzekerdheid; gelijk gij weet, hoedanigen wij onder u geweest zijn om uwentwil.

6En gij zijt onze navolgers geworden, en des Heeren, het Woord aangenomen hebbende in vele verdrukking, met blijdschap des Heiligen Geestes;

7Alzo dat gij voorbeelden geworden zijt al den gelovigen in Macedonie en Achaje.

8Want van u is het Woord des Heeren luidbaar geworden niet alleen in Macedonie en Achaje; maar ook in alle plaatsen is uw geloof, dat gij op God hebt, uitgegaan, zodat wij niet van node hebben, iets daarvan te spreken.

Lees heel 1 Tessalonicenzen 1 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees 1 Tessalonicenzen 1:2-8 in de interactieve Bijbel →