1 Samuel 8:4-10

Statenvertaling · Het volk begeert een koning

4Toen vergaderden zich alle oudsten van Israel, en zij kwamen tot Samuel te Rama;

5En zij zeiden tot hem: Zie, gij zijt oud geworden, en uw zonen wandelen niet in uw wegen; zo zet nu een koning over ons, om ons te richten, gelijk al de volken hebben.

6Maar dit woord was kwaad in de ogen van Samuel, als zij zeiden: Geef ons een koning, om ons te richten. En Samuel bad den HEERE aan.

7Doch de HEERE zeide tot Samuel: Hoor naar de stem des volks in alles, wat zij tot u zeggen zullen; want zij hebben u niet verworpen, maar zij hebben Mij verworpen, dat Ik geen Koning over hen zal zijn.

8Naar de werken, die zij gedaan hebben, van dien dag af, toen Ik hen uit Egypte geleid heb, tot op dezen dag toe, en hebben Mij verlaten en andere goden gediend; alzo doen zij u ook.

9Hoor dan nu naar hun stem; doch als gij hen op het hoogste zult betuigd hebben, zo zult gij hen te kennen geven de wijze des konings, die over hen regeren zal.

10Samuel nu zeide al de woorden des HEEREN het volk aan, hetwelk een koning van hem begeerde.

Lees heel 1 Samuel 8 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees 1 Samuel 8:4-10 in de interactieve Bijbel →