Statenvertaling · David, Nabal en Abigaïl
4Als David hoorde in de woestijn, dat Nabal zijn schapen schoor,
5Zo zond David tien jongelingen; en David zeide tot de jongelingen: Gaat op naar Karmel, en als gij tot Nabal komt, zo zult gij hem in mijn naam naar den welstand vragen;