1 Samuel 18:27-30

Statenvertaling · Sauls haat tegen David

27Toen maakte zich David op, en hij en zijn mannen gingen heen, en zij sloegen onder de Filistijnen tweehonderd mannen, en David bracht hun voorhuiden, en men leverde ze den koning volkomenlijk, opdat hij schoonzoon des konings worden zou. Toen gaf Saul hem zijn dochter Michal ter vrouw.

28En Saul zag en merkte, dat de HEERE met David was; en Michal, de dochter van Saul, had hem lief.

29Toen vreesde zich Saul nog meer voor David; en Saul was David een vijand al zijn dagen.

30Als de vorsten der Filistijnen uittogen, zo geschiedde het, als zij uittogen, dat David kloeker was, dan al de knechten van Saul; zodat zijn naam zeer geacht was.

Lees heel 1 Samuel 18 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees 1 Samuel 18:27-30 in de interactieve Bijbel →