Statenvertaling · Saul verworpen
34Daarna ging Samuel naar Rama; en Saul ging op naar zijn huis te Gibea-Sauls.
35En Samuel zag Saul niet meer tot den dag zijns doods toe; evenwel droeg Samuel leed om Saul; en het berouwde den HEERE, dat Hij Saul tot koning over Israel gemaakt had.