Statenvertaling · Saul verworpen
31Toen keerde Samuel wederom Saul na; en Saul aanbad den HEERE.
32Toen zeide Samuel: Breng Agag, den koning der Amalekieten, hier tot mij; Agag nu ging tot hem weeldelijk; en Agag zeide: Voorwaar, de bitterheid des doods is geweken!