1 Kronieken 9:11-13

Statenvertaling · De bevolking van Jeruzalem

11En Azarja, de zoon van Hilkija, den zoon van Mesullam, den zoon van Zadok, den zoon van Merajoth, den zoon van Ahitub, overste van het huis Gods;

12En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pashur, den zoon van Malchija; en Massi, de zoon van Adiel, den zoon van Jahzera, den zoon van Mesullam, den zoon van Mesillemith, den zoon van Immer.

13Daartoe hun broeders, hoofden in de huizen hunner vaderen, duizend zevenhonderd en zestig, kloeke helden aan het werk van den dienst van het huis Gods.

Lees heel 1 Kronieken 9 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees 1 Kronieken 9:11-13 in de interactieve Bijbel →