1 Kronieken 26:27-30

Statenvertaling · Poortwachters, schatmeesters en opzichters

27Van de krijgen en van den buit hadden zij het geheiligd, om het huis des HEEREN te onderhouden.

28Ook alles, wat Samuel, de ziener, geheiligd had, en Saul, de zoon van Kis, en Abner, de zoon van Ner, en Joab, de zoon van Zeruja; al wat iemand geheiligd had, was onder de hand van Selomith en zijn broederen.

29Van de Jizharieten waren Chenanja en zijn zonen tot het buitenwerk in Israel, tot ambtlieden en tot rechters.

30Van de Hebronieten was Hasabja, en zijn broeders, kloeke mannen, duizend en zevenhonderd, over de ambten van Israel op deze zijde van de Jordaan tegen het westen, over al het werk des HEEREN, en tot den dienst des konings.

Lees heel 1 Kronieken 26 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees 1 Kronieken 26:27-30 in de interactieve Bijbel →