Statenvertaling · Indeling en taak der Levieten
2En hij vergaderde al de vorsten van Israel, ook de priesters en de Levieten.
3En de Levieten werden geteld, van dertig jaren af en daarboven; en hun getal was, naar hun hoofden, aan mannen, acht en dertig duizend.
4Uit dezen waren er vier en twintig duizend om het werk van het huis des HEEREN aan te drijven; en zes duizend ambtlieden en rechters;