1 Kronieken 21:8-11

Statenvertaling · Volkstelling en straf – De plaats voor de tempel

8Toen zeide David tot God: Ik heb zeer gezondigd, dat ik deze zaak gedaan heb; maar neem toch nu de misdaad Uws knechts weg, want ik heb zeer zottelijk gehandeld.

9De HEERE nu sprak tot Gad, den ziener van David, zeggende:

10Ga heen, en spreek tot David, zeggende: Aldus zegt de HEERE: Drie dingen leg Ik u voor; kies u een uit die, dat Ik u doe.

11En Gad kwam tot David, en zeide tot hem: Zo zegt de HEERE: Neem u uit:

Lees heel 1 Kronieken 21 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees 1 Kronieken 21:8-11 in de interactieve Bijbel →