1 Kronieken 2:3-6

Statenvertaling · De nakomelingen van Juda

3De kinderen van Juda zijn: Er, en Onan, en Sela; drie zijn er hem geboren van de dochter van Sua, de Kanaanietische; en Er, de eerstgeborene van Juda, was kwaad in de ogen des HEEREN; daarom doodde Hij hem.

4Maar Thamar, zijn schoondochter, baarde hem Perez en Zerah. Al de zonen van Juda waren vijf.

5De kinderen van Perez waren Hezron en Hamul.

6En de kinderen van Zerah waren Zimri, en Ethan, en Heman, en Chalcol, en Dara. Deze allen zijn vijf.

Lees heel 1 Kronieken 2 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees 1 Kronieken 2:3-6 in de interactieve Bijbel →