Statenvertaling · De nakomelingen van Juda
18Kaleb nu, de zoon van Hezron, gewon kinderen uit Azuba, zijn vrouw, en uit Jerioth. En de zonen van deze zijn: Jeser, en Sobab, en Ardon.
19Als nu Azuba gestorven was, zo nam zich Kaleb Efrath, die baarde hem Hur.