Statenvertaling · Het eten van offervlees
1Aangaande nu de dingen, die den afgoden geofferd zijn, wij weten, dat wij allen te zamen kennis hebben. De kennis maakt opgeblazen, maar de liefde sticht.
2En zo iemand meent iets te weten, die heeft nog niets gekend, gelijk men behoort te kennen.