1 Korintiërs 11:17-22

Statenvertaling · De hoofdtooi der vrouw

17Dit nu, hetgeen ik u aanzegge, prijs ik niet, namelijk dat gij niet tot beter, maar tot erger samenkomt.

18Want eerstelijk, als gij samenkomt in de Gemeente, zo hoor ik, dat er scheuringen zijn onder u; en ik geloof het ten dele;

19Want er moeten ook ketterijen onder u zijn, opdat degenen, die oprecht zijn, openbaar mogen worden onder u.

20Als gij dan bijeen samenkomt, dat is niet des Heeren avondmaal eten.

21Want in het eten neemt een iegelijk te voren zijn eigen avondmaal; en deze is hongerig, en de andere is dronken.

22Hebt gij dan geen huizen, om er te eten en te drinken? Of veracht gij de Gemeente Gods, en beschaamt gij degenen, die niet hebben? Wat zal ik u zeggen? Zal ik u prijzen? In dezen prijs ik u niet.

Lees heel 1 Korintiërs 11 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees 1 Korintiërs 11:17-22 in de interactieve Bijbel →