1 Korintiërs 10:27-29

Statenvertaling · Israël als waarschuwing

27En indien u iemand van de ongelovigen noodt, en gij daar gaan wilt, eet al wat ulieden voorgesteld wordt, niets ondervragende, om des gewetens wil.

28Maar zo iemand tot ulieden zegt: Dat is afgodenoffer; eet het niet, om desgenen wil, die u dat te kennen gegeven heeft, en om des gewetens wil. Want de aarde is des Heeren, en de volheid derzelve.

29Doch ik zeg: om het geweten, niet van uzelven, maar des anderen; want waarom wordt mijn vrijheid geoordeeld van een ander geweten?

Lees heel 1 Korintiërs 10 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees 1 Korintiërs 10:27-29 in de interactieve Bijbel →