1 Koningen 8:31-32

Statenvertaling · De inwijding van de tempel

31Wanneer iemand tegen zijn naaste zal gezondigd hebben, en hij hem een eed des vloeks opgelegd zal hebben, om zichzelven te vervloeken; en de eed des vloeks voor Uw altaar in dit huis komen zal;

32Hoor Gij dan in den hemel, en doe, en richt Uw knechten, veroordelende den ongerechtige, gevende zijn weg op zijn hoofd, en rechtvaardigende den gerechtige, gevende hem naar zijn gerechtigheid.

Lees heel 1 Koningen 8 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees 1 Koningen 8:31-32 in de interactieve Bijbel →