1 Koningen 7:24-26

Statenvertaling · Salomo’s paleis

24En onder haar rand waren knoppen, dezelve rondom omsingelende, tien in een el, omringende die zee rondom; twee rijen dezer knoppen waren in haar gieting gegoten.

25Zij stond op twaalf runderen; drie ziende naar het noorden, en drie ziende naar het westen, en drie ziende naar het zuiden, en drie ziende naar het oosten; en de zee was boven op dezelve; en al hun achterdelen waren inwaarts.

26Haar dikte nu was een hand breed, en haar rand als het werk van den rand eens bekers of ener leliebloem; zij hield twee duizend bath.

Lees heel 1 Koningen 7 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees 1 Koningen 7:24-26 in de interactieve Bijbel →