Statenvertaling · Salomo’s paleis
21Daarna richtte hij de pilaren op in het voorhuis des tempels; en den rechter pilaar opgericht hebbende, zo noemde hij zijn naam Jachin, en den linker pilaar opgericht hebbende, zo noemde hij zijn naam Boaz.
22En op het hoofd der pilaren was het leliewerk; alzo werd het werk der pilaren volmaakt.