Statenvertaling · Salomo’s tempelbouw
14Alzo bouwde Salomo dat huis en volmaakte hetzelve.
15Ook bouwde hij de wanden van het huis van binnen met cederen planken; van den vloer des huizes tot aan het dak der wanden, beschoot hij ze van binnen met hout; en overdekte den vloer van het huis met dennen planken.
16Daartoe bouwde hij twintig ellen met cederen planken aan de zijden van het huis, van den vloer af tot de wanden; dit bouwde hij Hem van binnen tot een aanspraakplaats, tot het heilige der heiligen.
17Dat huis nu was van veertig ellen, namelijk de tempel, die vooraan was.