Statenvertaling · De toebereidselen tot de bouw van de tempel
1En Hiram, de koning van Tyrus, zond zijn knechten tot Salomo (want hij had gehoord, dat zij Salomo tot koning gezalfd hadden in zijns vaders plaats), dewijl Hiram David altijd bemind had.
2Daarna zond Salomo tot Hiram, zeggende: