Statenvertaling · Salomo’s vorsten en landvoogden
8En dit zijn hun namen: de zoon van Hur was in het gebergte van Efraim.
9De zoon van Deker in Makaz, en in Saalbim, en Beth-Semes, en Elon-Beth-hanan.
10De zoon van Hesed in Arubboth; hij had daartoe Socho en het ganse land Hefer.