1 Koningen 22:7-8

Statenvertaling · Achabs strijd tegen Ramot in Gilead

7Maar Josafat zeide: Is hier niet nog een profeet des HEEREN, dat wij het van hem vragen mochten?

8Toen zeide de koning van Israel tot Josafat: Er is nog een man, om door hem den HEERE te vragen; maar ik haat hem, omdat hij over mij niets goeds profeteert, maar kwaad: Micha, de zoon van Jimla. En Josafat zeide: De koning zegge niet alzo!

Lees heel 1 Koningen 22 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees 1 Koningen 22:7-8 in de interactieve Bijbel →