1 Koningen 21:26-29

Statenvertaling · De wijngaard van Nabot

26En hij deed zeer gruwelijk, wandelende achter de drekgoden; naar alles, wat de Amorieten gedaan hadden, die God voor het aangezicht van de kinderen Israels uit de bezitting verdreven had.

27Het geschiedde nu, als Achab deze woorden hoorde, dat hij zijn klederen scheurde, en een zak om zijn vlees legde, en vastte; hij lag ook neder in den zak, en ging langzaam.

28En het woord des HEEREN geschiedde tot Elia, den Thisbiet, zeggende:

29Hebt gij gezien, dat Achab zich vernedert voor Mijn aangezicht? Daarom dewijl hij zich vernedert voor Mijn aangezicht, zo zal Ik dat kwaad in zijn dagen niet brengen; in de dagen zijns zoons zal Ik dat kwaad over zijn huis brengen.

Lees heel 1 Koningen 21 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees 1 Koningen 21:26-29 in de interactieve Bijbel →