1 Koningen 21:12-16

Statenvertaling · De wijngaard van Nabot

12Zij riepen een vasten uit; en zij zetten Naboth in de hoogste plaats des volks.

13Toen kwamen de twee mannen, zonen Belials, en zetten zich tegenover hem; en de mannen Belials getuigden tegen hem, tegen Naboth, voor het volk, zeggende: Naboth heeft God en den koning gezegend. En zij voerden hem buiten de stad, en stenigden hem met stenen, dat hij stierf.

14Daarna zonden zij tot Izebel, zeggende: Naboth is gestenigd en is dood.

15Het geschiedde nu, toen Izebel hoorde, dat Naboth gestenigd en dood was, dat Izebel tot Achab zeide: Sta op, bezit den wijngaard van Naboth, den Jizreeliet, erfelijk, dien hij u weigerde om geld te geven; want Naboth leeft niet, maar is dood.

16En het geschiedde, als Achab hoorde, dat Naboth dood was, dat Achab opstond, om naar den wijngaard van Naboth, den Jizreeliet, af te gaan, om dien erfelijk te bezitten.

Lees heel 1 Koningen 21 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees 1 Koningen 21:12-16 in de interactieve Bijbel →